Henk Eweg heeft sinds 1991 tot zijn afscheid in 2016 artikelen geschreven in vrijwel elke editie van het Jaarboek. Hij was daarmee als amateurhistoricus van groot belang voor de vereniging Heemkunde Ootmarsum.
Een aantal manuscripten is bewaard gebleven en te downloaden via deze pagina.

Een monument aan de Marktstraat Het Cremershuis
Een geschiedschrijving van de woning aan de Marktstraat, vernoemd naar de eerste bewoner: Joan Cremer. Joan verbouwde in 1656 twee woningen en voegde ze samen tot één nieuwe woning.
Een bijzondere stadshoek (het “Lingenhuis”)
Een beschrijving van de bijzondere woning op de hoek van de Molenstraat en Denekamperstraat. De woning is herbouwd in 1889.
De metamorfose van het Wijnhuis aan de Ganzenmarkt
Er zijn weinig plaatsen in Twente met een stratenplan zo oud als Ootmarsum heeft. Het dateert zelfs uit de Middeleeuwen en is nog te herkennen op de hedendaagse plattegrond. Een beschrijving van de woningen en hun bewoners aan de Ganzenmarkt.
Een opmerkelijk pand aan de Ganzenmarkt 15
Ogenschijnlijk een gewoon huis naast andere huizen aan de oude Ganzenmarkt. Het grenst aan een smalle doorgang, die ons leidt van de Ganzenmarkt naar de Bergstraat en daarna toegang geeft tot de Oostwal. Een beschrijving die terug gaat tot de 18e eeuw.
Het Hoekhuis aan het Achterummeke (pand “Tijhuis”)
Toeristen maar ook andere voetgangers staan vaak even stil voor het huis hoek Marktstraat en Kapelstraat. Sommigen lopen de Kapelstraat in om ook het huis aan die zijde te bekijken. Maria Meijer woonde hier toen landmeters omstreeks 1827-1829 haar huisje op de eerste kadasterkaart van de stad intekenden. Tegenwoordig woont de familie Tijhuis hier.
Kroniek van een Herberg. (“De Keijserskroon” Grotestraat)
In de stad Ootmarsum was omstreeks 1771 de waard van de herberg “Het Witte Paard” Gerrit ten Oever een bekende figuur. In zijn dagboek vermeldde Wennemar Dröghoorn (vrederechter in Ootmarsum) in 1776 het logement met de naam “De Keijserskroon”. Of de naam “Het Witte Paard“ vervangen is door de naam “De Keijserskroon” blijft een niet te beantwoorden vraag.
Een huis aan de Bergstraat (pand “Pikkemaat”)
Er is aan de rechterkant van de Grotestraat een zijstraatje, waar de wandelaar gemakkelijk aan voorbij gaat: de Bergstraat. Met de ingang naast de hervormde pastorie, loopt het tussen de huizen door om aan het eind een bijna doodlopend pad te worden. Hier staat één van de oudste huizen van Ootmarsum en zeer de moeite waard om er meer over te weten.
Poorten Frederik, een intrigerende naam voor een huis, dat aan het Kerkplein nummer 10 in Ootmarsum een dominante plaats inneemt. Maar ook een huis, dat opvalt door de versierde houten niendeurtoog aan de achterzijde en het vakwerk. Nu bibliotheek, maar al in 1533 gebouwd en gebruikt als boerderij.
Erfgoed in de Marktstraat (“Wine Gallery”)
Dit pand dateert uit 1608, herbouwd na de grote brand in 1606 binnen twee uur het stadhuis, de kapel van het Gasthuis en meerdere woningen in de as legde. In 1747 is dit pand ingrijpend verbouwd. De familie Rikmanspoel heeft hier verschillende winkels gedreven in de 20e eeuw.
Het Burgemeestershuis in de loop der jaren
Een opvallend huis met een lange voorgevel op de hoek van de Grotestraat en Oldenzaalsestraat met de naam “Burgemeesterhuis”. Na de verovering van Ootmarsum door Prins Maurits in 1597, had hij bevolen dat de stad haar vestingwerken moest slopen. Het Burgemeestershuis is vlak na die tijd gebouwd.
Over de auteur
Henk (J.) Eweg ( geb. 1924) studeerde landbouwkunde, pedagogiek en maatschappelijk werk. Was tot aan zijn pensionering in 1988 werkzaam als docent aan de Hogeschool Hengelo (nu Saxion hogeschool Enschede). Deed als amateurhistoricus onderzoek naar de geschiedenis van zijn woonplaats Ootmarsum. Publiceerde meerdere artikelen hierover o.a. in Overijsselse Historische Bijdragen (2007), t’ Inschrien (Oudheidskamer Twente), Jaarboek Twente en Jaarboeken van de Vereniging Heemkunde Ootmarsum. Daarnaast was van zijn hand een publicatie over de burgerlijsten van Ootmarsum en samen met andere auteurs de Canon van Ootmarsum en de uitgave ‘De Grachten van Ootmarsum’.
Zijn bijzondere aandacht richt zich op de historie en geschiedenis van de vroegere Commanderie van de Duitse Orde, het latere Huis Ootmarsum en haar bewoners. Maakt als amateur stads- historicus actief deel uit van de Vereniging Heemkunde en was geruime tijd voorzitter van genoemde vereniging. Daarnaast ging zijn aandacht uit naar het welbevinden van de omgeving en was een van de oprichters van de stichting Natuur en Milieu Ootmarsum.
Zijn onderzoek naar de Commanderie resulteerde in een uitvoerige publicatie over dit ooit zo belangrijke bouwwerk in Ootmarsum dat een stempel drukte op de groei en bloei van dit stadje.
Bron: In & om Ootmarsum

