









Foto: Herman Steigstra; 2022
Weerselosestraat 2
Menger
Tot 1842 waren de erven van de wijnhandelaar Willem Menger (1775-1820) de eigenaren van het bouwland dat hier lag. Het strekte zich uit over de huidige huisnummers 28 en 30 en de Weerselosestraat 2 en had een oppervlak van 5280 m2. Het had het kadastrale nummer A524. Menger had zijn slijterij aan de Grotestraat 12.
Eenhuis
In 1842 wordt het bouwland gekocht door de grutter en bleeker Johannes Gerhardus Georgius Eenhuis (1807-1845). Eenhuis had een blekerij aan waar nu Oldenzaalsestraat 9-11 is. Na zijn overlijden in 1845 wordt zoon Johannes Hermannus Eenhuis (1838-1894) in 1878 de eigenaar. Hierna worden de zoons Hermannus Johannes Gerhardus (1869-1939) en Gerhardus Josephus Maria (1873-1947) de nieuwe eigenaren.
In 1930 wordt het perceel in 3 gedeelten gesplitst. Hermannus Johannes Gerhardus wordt eigenaar van het middelste kavel dat bouwland blijft en het nummer A2457 krijgt (tegenwoordig Oldenzaalsestraat 30). Gerhardus Josephus Maria krijgt het linkse bouwland met nummer A2458 (tegenwoordig Weerselosestraat 2).
Oude Hengel
Het rechterdeel wordt verkocht aan de molenaar Herman Johan Joseph Oude Hengel (1881-1952), die in 1911 de molen had gekocht. Volgens de gegevens van het kadaster kreeg het perceel het nummer A2456 en was inmiddels in 1930 een houtzagerij. Onduidelijk is of de broers Eenhuis hier al een houtzagerij hadden, het kadaster vermeldt dit namelijk als bestemming op het moment van verkoop.
In 1931 wordt de Oldenzaalsestraat verbreed en wordt een strook grond aan de provincie afgestaan. De nieuwe nummers worden A2474 t/m A2476.
Op het perceel A2475 wordt in 1941 een woning gebouwd en er worden perceelgrenzen uitgewisseld. De woning komt te staan op perceel A2684 en Gerard Oude Hengel is de eigenaar. Links wordt een tuin van Johan Oude Hengel. De woning werd later bewoond door hun zoon Herman Oude Hengel (1945-2003) en zijn vrouw Ger van Gils.
In 1952 werd een firma opgericht: Firma H.Oude Hengel & zonen waarbij de zoons Johan (1907-1992), Gerard (1908-1980) en Herman (1916-1997) deel uitmaakten van de firma. Johan was molenaar, bakker en winkelier en de andere broers waren houthandelaar en zager.
De houtzagerij werd in 1961 gesloopt. In 1975 vond er een ruilverkaveling plaats.
Koster
Op het perceel met het nummer A2489 werd in 1942 een huis, winkel, smederij gebouwd en kreeg het kadastrale nummer A2682. De smidMartin Koster (1910-1987) werd de nieuwe eigenaar. Hij was in 1941 getrouwd met Rika Droste (1909-1985) en er werden vijf kinderen geboren. Zoon Gerard Koster nam later de smederij over.
Foto: BMS; maart 1989
Oldenzaalsestraat 1989
Oversteekplaats fietsers Oldenzaalsestraat richting Ootmarsum. Links woning / smederij Martin Koster.
Foto: BMS; 1980
Martin Koster
Hoefsmid en huishoudelijke artikelen
Martin Koster (1910-1987) werd in Groningen geboren als zoon van een bakker, maar vanwege de vroege dood van zijn ouders, groeide Martin op in Den Haag. Zijn opleiding tot smid kreeg hij in Borculo. Hierna was Martin in meerdere plaatsen als smidsknecht actief, tot hij in Ootmarsum terechtkwam bij smid J. Rikmanspoel. In die periode leerde hij Rika Droste (1909-1985) uit Agelo kennen. Zij was in de huishouding werkzaam bij Bloemen aan het Kerkplein.
Strategisch gelegen op de splitsing van enkele toegangs- c.q. uitgaande wegen. Martin Koster wist wel waar hij zijn smederij annex winkel in huishoudelijke artikelen moest vestigen.
In 1938 besloot Martin Koster een eigen bedrijf te beginnen en kocht daarvoor een stuk grond op de splitsing van de Oldenzaalsestraat-Weerselosestraat-Zonnenbergweg. Voordat hij definitief zijn bedrijf kon bouwen, moest Martin zich met een noodgebouw behelpen, maar hij wist in die tijd al vele klanten aan zich te binden. In 1941 was het zover dat het huis met winkel en smederij klaar was. In datzelfde jaar trouwden Martin en Rika en was hun adres Oldenzaalsestraat 234, tel. 326; nu Weerselosestraat 2. Zij kregen vijf kinderen: Gerard, Martin, Gerard, Leonardus CH. M. en Gezina H.M..
“Een smid vestigde zich in die tijd vaak op kruisingen van wegen (Oldenzaal, Weerselo, Reutum, Ootmarsum), goed zichtbaar voor de boeren, want van hen moest het meeste werk komen, zoals paarden beslaan en reparaties aan werktuigen. Vóór de smederij stond, zoals bij veel smederijen, een kastanjeboom, die zomers voor verkoeling zorgde.”
De smederij leverde het boerensmeedwerk af. Behalve het beslaan van paarden waren dat reparaties aan wagens en werktuigen, maar ook moest Koster siersmeedwerk maken voor wagens en hekken.
“Als hoefsmid moest je er bijna altijd bij zijn. Als vader zag dat een paard iets mankeerde en hij het niet verantwoord achtte het te beslaan, waarschuwde hij de veearts.”
De winkel, waar vooral mevrouw Koster de scepter zwaaide, had een grote verscheidenheid aan artikelen: spijkers, gaas, potten, pannen, klompen, gereedschap, kachels, spullen voor de uitzet, strijkboutjes enzovoorts.
Om een paar centen bij te verdienen, nam de familie Koster ook heren kostgangers op. Martin junior herinnert zich nog een onderwijzer van de lagere school en een lerares van de huishoudschool.
In de smederij had Martin Koster geen knecht. De kinderen moesten wel eens helpen, toen ze daar groot genoeg voor waren. Dat begon met gaatjes boren in beugels voor een dakgoot. “We zaten daarbij op een olievatje met een zak erop,” weet Martin. Later behoorde ook het beslaan van paarden tot hun werk.
De boeren kwamen voor paard beslaan en reparaties. Ook was er af en toe een tijdelijke hulp, zoals Chris Velthuis en Kienhuis uit Denekamp.
Siersmid
In de jaren zestig van de twintigste eeuw liep, vanwege de toenemende mechanisatie, het boerensmeedwerk terug. De opkomst van de Welkoop deed de winkel geen goed. Maar Martin Koster had meer pijlen op zijn boog. Hij was een kundig siersmid en vond daarin behoorlijk veel werk. Uit die periode stamt de legendarische toevoeging aan een nota “denk-loon”. Waar een ander het met woorden als berekening, opmeting of iets dergelijks afdeed, noemde Martin Koster denkloon. In en rond Ootmarsum en van de siersmeedkunst er voorbeelden in rond woningen aan te treffen.
Nadat in 1985 echtgenote Rika was overleden ging de lust om de smidshamer te hanteren bij Martin snel achteruit. Hij overleed nog geen twee jaar later. Niet lang daarna trokken Martin Koster junior en Mia Uitzetter en hun gezin in het ouderlijk huis. En ofschoon het beroep smid Martin nooit had gekozen en altijd als onderhoudsmonteur werkzaam was geweest onder andere in de Zuivelfabriek Nooit Gedacht, bracht hij de smederij weer tot leven.
Het maken van siersmeedwerk is een echte hobby geworden, die hij na het volgen van een cursus (samen met zijn dochter Noëlle) regelmatig uitoefent. Het geluid van hamer op aambeeld is nog niet helemaal verstomd.
Tot slot mag worden vermeld, dat de Poaskearls nooit vergeefs een beroep op Martin Koster doen als er eens een hoepel om een wiel van de paaswagen getrokken moet worden. Het karwei wordt samen met zoon Emile, de derde generatie, verricht.
Naschrift redactie
In het bevolkingsregister 1922-1938 treffen we op het adres Kerkplein 17 aan dat de smid Martin Koster (1910-1987) daar woonachtig is. Er is geen datum van inschrijving genoteerd, maar wel van uitschrijving. Op 28 juni 1937 vertrekt hij naar Tubbergen. Hij is dan 27 jaar oud en waarschijnlijk wordt hier Weerselosestraat 2 bedoeld, waar hij zijn eigen smederij oprichtte. Op 18 mei 1931 werd op dat adres ook Rika Droste (1909-1985) ingeschreven. Rika Droste was werkzaam in de huishouding bij Bloemen, drie huizen verderop. Martin en Rika hebben elkaar hier dus ontmoet en trouwden in 1941.
Foto: BMS; 1980
Oldenzaalsestraat 1980
Nieuw kruispunt Oldenzaalsestraat en Weerselosestraat (l) en Alleeweg (r). Links: woning en smederij Martin Koster. Midden: Oude Hengel.
Foto: BMS; 1960
Weerselosestraat 2
Foto: BMS; 1960
Weerselosestraat 2
Foto: BMS; 1960
Weerselosestraat 2
Foto: BMS; 1938
Noodgebouw 1938
Voordat Martin Koster (1910-1987) definitief zijn bedrijf kon starten, moest hij zich van 1938 - 1941 behelpen met dit noodgebouw.
Foto: BMS; 1938




