










Foto: Herman Steigstra; 2020
Westwal 23
De eigenaren van de tuin met het kadastrale nummer A234 waren in 1832 "de erven van Hendrikus Lammerink". Zeer waarschijnlijk was dit Hendrik Lammerink (1805-1850), getrouwd met Hendrika Heespelink (1793-1828). Zij bezaten ook de woning aan de Grotestraat 6.
In 1855 werden de tuin en de woning verkocht aan de goud- en zilver smid Joseph Mönnig (1816-1892). Hij was getrouwd met Anna Lodowika Ebbing (1821-1887) en het echtpaar was afkomstig uit Borken (Duitsland). Er zijn verder geen gegevens over het echtpaar bekend, er zijn ook geen kinderen geboren.
Op 1 juni 1874 kwam een neef van Mönnig, de 20-jarige goudsmid en ook reiziger in goud en zilver Adolph Greveler (1853-1930) ook in de zaak. Nadat hij hier 20 jaar had gewerkt, trouwde hij in 1893 met Aleida Geertruida van Benthem (1867-1934). Het eigendom van de winkel en tuin is daarna overgegaan op Adolf en Aleida, die kinderloos bleven. In 1936 werden de kinderen van de broer van Aleida, Bernard van Benthem, mede-eigenaar.
In 1953 werd Marietje Velthuis (1920-1967) de eigenaresse van de tuin, waar ze deze woning liet bouwen. In 1958 trouwde ze met Gerhardus Wilhelmus Leferink (1927-2019).
Na het overlijden van Marietje Velthuis in 1967 werden Hennie Rekers (1934-2022) en zijn vrouw Roos Reinders (1936-2022) de nieuwe eigenaren. In 1974 wordt het kadastrale nummer B200.




